Vaccinaties

Bij het paard zijn er een aantal verschillende vaccinaties mogelijk. Alle vaccinaties moeten vermeld worden inhet paardenpaspoort.

Influenza (paardengriep)

Influenza virussen zorgen voor een infectie van de voorste luchtwegen. De verschijnselen zijn hoge koorts, niet eten, algeheel ziek zijn, hoesten en neusuitvloeiing. Met voldoende rust herstellen de meeste paarden in 2 tot 3 weken. Veulens die onvoldoende antistoffen hebben binnengekregen via de biest kunnen echter overlijden aan influenza. Influenza kan zich erg snel verspreiden, het kan van het ene op het andere paard worden overgedragen, maar ook via mensen, kleding, borstels, ratten en vogels kan het virus verspreid worden.

Vaccinatieschema

Voor het veulen geldt dat de eerste enting op een leeftijd van 4 tot 6 maanden gegeven wordt. Dit hangt af van het tijdstip waarop de merrie gevaccineerd is. Het veulen wordt namelijk via de moedermelk beschermd tegen bepaalde infecties (passieve vaccinaties). De merrie kan het beste geënt worden in het laatste deel van de dracht. Na de vaccinatie gaat ze antistoffen produceren, die via de biest aan het veulen doorgegeven zullen worden. De tweede enting wordt 4 tot 6 weken later gegeven. De derde enting volgt dan 6 maanden later. Voor paarden die aan wedstrijden meedoen is een jaarlijkse vaccinatie verplicht. In verband met een goede bescherming is het echter zinvol om het paard twee keer per jaar te vaccineren tegen influenza. Zeker voor paarden die veel reizen, meedoen aan (internationale) wedstrijden en vaak met andere paarden in contact komen.

 Tetanus (klem)

Tetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Deze bacterie leeft in de bodem en komt overal om ons heen voor. Een paard kan geïnfecteerd worden via een diepe (steek)wond of na een wondinfectie met veel dood weefsel (bijvoorbeeld brandwonden). De bacterie gaat zich hierin vermenigvuldigen en gaat neurotoxines produceren, dit zijn gifstoffen die de zenuwen en het ruggemerg aantasten. Het paard is erg gevoelig voor deze bacterie. De verschijnselen ontstaan meestal 7 tot 10 dagen na de besmetting. De ziekte begint met een stijfheid van de kauwspieren en breidt zich daarna uit over de spieren van het hoofd de hals en de benen. Het derde ooglid verschuift of puilt uit. Het paard beweegt zich stijf, staat met de staart omhoog, en de oren stijf rechtop. Vervolgens wordt het paard zo verkrampt dat het kan gaan omvallen. Tenslotte kunnen de tussenribspieren ook verkrampt raken, waardoor het paard niet meer kan ademhalen en zal stikken. Het voorkomen van deze ziekte door middel van een vaccinatie is dus ontzettend belangrijk! Vaak wordt de tetanus vaccinatie gecombineerd met de influenza vaccinatie.

 Rhinopneumonie

Rhinopneumonie wordt veroorzaakt door een herpes virus. Rhinopneumonie kent drie verschijningsvormen: de verkoudheidsvorm, de abortus-vorm en de neurologische vorm. In hoeverre het mogelijk is paarden preventief te beschermen tegen rhinopneumonie hangt af van de vorm. De verkoudheidsvorm komt regelmatig voor, vooral bij jonge paarden. Deze vorm uit zich door koorts, soms een snotneus, hoesten en dikke benen. Het vaccineren tegen deze vorm is redelijk betrouwbaar, maar moet wel tenminste tweemaal per jaar gegeven worden. De abortus vorm komt voor bij merries en veroorzaakt zoals de naam al aangeeft abortus of een zeer zwak geboren veulen dat vaak sterft. Een vaccinatie tegen de abortusvorm is een stuk minder betrouwbaar en dient tenminste 4 x per jaar gegeven te worden. Ondanks vaccinatie kan het toch voorkomen dat er op een stal merries aborteren. De neurologische vorm komt slechts heel zelden voor en veroorzaakt afwijkingen aan het zenuwstelsel. Het begint vaak met een wat slappe staart en incoördinatie, later kunnen ernstigere verlammingsverschijnselen optreden. Tegen deze vorm is vaccinatie waarschijnlijk niet effectief. Wel kan het vaccineren van een hele stal het rondgaan van virus verminderen.

 Droes

Droes wordt veroorzaakt door de bacterie Streptococcus equi. De verschijnselen ontwikkelen zich meestal 4-12 dagen na besmetting en bestaan uit: het verlies van eetlust, koorts, hoesten, benauwdheid, snotneus, zwelling van de lymfeklieren met abcesvorming(tussen de kaaktakken of net achter de kaak), openbreken van de abcessen. Heel soms komt het voor dat er zich abcessen in de rest van het lichaam (bv de darmen) vormen en daar openbreken. Dit heet verslagen droes en is een levensgevaarlijke vorm. Droes is erg besmettelijk. Er bestaat een vaccin tegen droes, maar over de werkzaamheid van dit vaccin bestaat nog veel discussie. Een gevaccineerd paard kan nog steeds droes krijgen, meestal worden ze wel minder erg ziek. Het vaccin wordt toegediend door injectie aan de binnenkant van de bovenlip. Na injectie ontstaat een kleine puist op de plaats van injectie, dit is normaal, de puist zal binnen enkele dagen verdwijnen. Sommige paarden krijgen ook een wat gezwollen bovenlip en mond. Een paard kan vanaf 4 maanden leeftijd gevaccineerd worden. De basisvaccinatie bestaat uit twee vaccinaties met een interval van 4 weken. Bij paarden met een hoogrisico dient elke 3 maanden gevaccineerd te worden, bij paarden met een gemiddeld risico om de 6 maanden.  

 Huidschimmel (dermatofytose)

Schimmel wordt veroorzaakt door verschillende schimmelsoorten, waarvan Trichophyton en Microsporum de belangrijkste zijn. Schimmel uit zich vaak door kale ronde plekken zonder jeuk, maar ook andere verschijnselen zijn mogelijk, bijvoorbeeld schilfers, jeuk en bulten. Schimmelinfecties zijn erg besmettelijk, voor paarden onderling, maar ook voor mensen. Er bestaat een vaccinatie tegen schimmel. Deze vaccinatie is zowel beschermend als therapeutisch. De vaccinatie beschermd gedurende 9 maanden. De basisvaccinatie bestaat uit twee injecties met twee weken tussentijd.